Elke belegger kan wel een aantal beursbubbels noemen. En achteraf is het makkelijk aan te wijzen wat de aanleiding was voor de snelle stijging of daling van de koers. Met de kennis van voorgaande bubbels in het achterhoofd schetst MarketMinds drie bubbelgevoelige assetcategorieën.
1. Social Media
‘Social-media firms see champagne; others see bubbles’, kopte The Economist begin juni in een artikel over de vermeende beleggingskansen binnen de social media. Beleggers doen er goed aan de ondernemingen binnen de sector die een recente beursgang achter de rug hebben of deze overwegen, goed te analyseren. Zakelijke online netwerksite Linkedin, maar ook online gamesite Zynga en groepskortingsite Groupon kregen in de afgelopen maanden een beursnotering. De opkomst van de social media toont overeenkomsten met de internetbubbel in de jaren negentig van de vorige eeuw. Net als toen wordt nu veel geld uitgegeven aan marketing. Een aantal van die bedrijven, zoals Groupon, boekt daardoor wel omzet, maar nog geen winst. De waardering is daardoor vooral gestoeld op de verwachtingswaarde.
Net als tijdens de internetbubbel hebben de ondernemingen geen last van valse bescheidenheid. Zo adviseert Groupon beleggers in het prospectus de winst te beoordelen vóór aftrek van kosten van marketinginspanning. Dat doet denken aan de dot.com-hype, waarin ondernemingen negatieve cashflow trots als maatstaf gebruikten.
Verschil met de jaren negentig is dat de bedrijven nu veel later in de ontwikkelingscyclus naar de beurs komen. Ze hebben een bewezen staat van dienst en een groter klantenbestand. Toch kan ook dat bijdragen aan het ontstaan van een bubbel. Het aantal IPO’s is beperkt en die schaarste versterkt de animo bij beleggers om in te stappen. De koers van Linkedin schoot na introductie op 83 dollar naar 120 dollar. Een waardering die volgens analisten niet aansluit bij de waarde van het bedrijf. Niet alle beleggers storen zich daaraan. Integendeel: nu al neemt de spanning op beleggersfora toe over de verwachte beursgang van Facebook in 2012.
2. Zeldzame materialen
Wie had gedacht dat beleggers nog eens bijzonder geïnteresseerd zouden raken in grondstoffen met namen als lathanum, europium en neodymium? Deze zogenoemde zeldzame metalen worden gebruikt bij de productie van elektrische auto’s en windturbines. Anders dan de naam suggereert, zijn de materialen niet zeldzaam, maar wel schaars omdat ze niet makkelijk en goedkoop in grote hoeveelheden kunnen worden gewonnen. Door de vele ‘duurzame’ toepassingen stijgt de vraag, en daarmee de prijs. Zo is de prijs van neodymium verviervoudigd sinds begin dit jaar. Een effect dat wordt versterkt door maatregelen van China om de export van de materialen te beperken door bijvoorbeeld de belasting op de uitvoer te verhogen. Het land beschikt over 95 procent van de wereldhoeveelheid zeldzame metalen.
Analisten verwachten dat de prijzen van de metalen de komende maanden blijven stijgen evenals de koersen van de mijnbouwbedrijven die zich bezig houden met de winning ervan. Toch ligt een bubbel op de loer. De prijselasticiteit van afnemers kent een grens en veel kapitaal wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van alternatieven. Ook de innovaties in terugwinning en besparing nemen toe. Onder andere het SAM Smart Materials-fonds belegt in deze alternatieven. Daarnaast maakt de prijsstijging de winning in eerder gesloten mijnen, zoals die in Californië, weer relevant. Ten slotte is er de verwachting dat China gehoor zal geven aan de oproep van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), begin juli, om een einde te maken aan de exportbeperkingen.
3. Alternatieve valuta’s
De problemen van diverse landen met hun overheidsfinanciën hebben ervoor gezorgd dat beleggers hun vertrouwen in een aantal valuta’s hebben verloren. De monetaire trucs van overheden, zoals het wegwerken van schulden, maken beleggers huiverig om in de euro, pond en dollar te beleggen. Deze beleggers hebben de afgelopen tijd geïnvesteerd in valuta’s die wel waardevast lijken. Miljarden euro’s en dollars van beleggers stromen naar vooral de traditioneel sterke Zwitserse frank. De vraag is of deze niet te hard in koers is opgelopen. Zo heeft de frank sinds het begin van de crisis in januari 2007 een recordstijging van 34 procent ten opzichte van de euro laten zien (per 2 augustus 2011). Zowel de Canadese, de Australische dollar, de Scandinavische en de Zwitserse Frank als vluchthaven op warme belangstelling van beleggers kunnen rekenen. Niet alleen de stevigheid van de munt, ook de gezondheid van de Zwitserse economie spreekt beleggers aan. In dat laatste schuilt een potentieel gevaar van een bubbel. Vanuit economisch perspectief is de waardestijging van de frank ten opzichte van de euro of een andere valuta immers niet houdbaar. De dure munt maakt het voor de Zwitsers op den duur onmogelijkheid om handel te drijven met andere landen. Op termijn zullen daarom maatregelen worden genomen om een daling van de valutawaarde te bewerkstelligen en zal de lucht uit de vermeende bubbel lopen.



