De situatie in Griekenland zet de overheidsfinanciën in de hele Europese Unie op scherp. Wat is er aan de hand? En zijn er nog lichtpuntjes voor de belegger? Vijf kritische vragen over de Europese Unie.
Wat is er aan de hand in de eurozone?
Griekenland raakte in problemen toen bleek dat de financiële huishouding van het land niet klopte. Het land heeft zich niet gehouden aan de regels van het Groei- en Stabiliteitspact dat de landen in de Europese Unie hebben afgesproken. Het land bleek goed in creatief boekhouden; zo werden onder andere kosten voor defensie jarenlang buiten de boeken gehouden en werden derivaten gebruikt om de overheidsschuld op papier aantrekkelijker te laten ogen. Op die manier probeerde Griekenland de begrotingsnormen van de Europese Unie te halen. De werkelijkheid bleek veel minder rooskleurig: Griekenland heeft een torenhoge schuld en een begrotingstekort van bijna 13 procent.
Griekenland is al jaren een zorgenkindje, waarom ging het nu echt mis?
De ontdekking van fraude in combinatie met een hoge staatsschuld en een tekort op lopende rekeningen vormde een financieel explosieve cocktail. Zeker in de optiek van de kapitaalmarkt, die een stuk minder soepel bleek dan sommige Europese partners hoopten. Banken en andere kredietverstrekkers wilden Griekenland alleen nog tegen een veel hogere rente financieren. Het gebrek aan vertrouwen zorgde ervoor dat niet langer tegen een lage lange rente van zo’n 4,5 procent, maar tegen 7 procent kon worden geleend. Herfinanciering van de staatsschuld werd hierdoor een acuut probleem.
Helpt een gezamenlijke munt dan niet?
Integendeel. De andere lidstaten bakkeleiden nu erg lang over hoe met zwakke broeder Griekenland moest worden omgegaan. In het pre-euro tijdperk zou devaluatie van de lokale valuta, de drachme, een serieuze optie zijn geweest. Daarmee zou Griekenland makkelijker goedkopere diensten en producten kunnen aanbieden. Dit zou op lange termijn de concurrentiepositie kunnen verbeteren en zorgen voor een stroom aan kapitaal en verbetering van de financiële positie van het land. Die mogelijkheid biedt de euro niet. Nu resten alleen pijnlijke maatregelen als verlaging van de lonen en verhoging van de pensioenleeftijd om de concurrentiepositie te verbeteren.
Zijn na Griekenland ook Spanje en Portugal aan de beurt?
Hoewel de twee landen op het Iberische schiereiland ook met serieuze schuldenproblemen kampen, is de situatie daar toch anders. Griekenland springt er in de eurozone met een staatsschuld van 120 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) negatief uit. De staatsschuld in Spanje en Portugal bevindt zich ten opzichte van het BBP tussen de 55 en 80 procent.
En er zijn nog andere verschillen. Italië heeft weliswaar ook een hoge staatsschuld, maar daar zorgt de beslissing van de overheid om geen economische stimuleringsmaatregelen in te voeren ervoor dat het begrotingstekort niet de spuigaten uitloopt. Ook is de financiële positie van de bevolking anders. In tegenstelling tot de Grieken hebben Italianen en Spanjaarden relatief grote spaartegoeden. De problemen in Griekenland hebben de overheden overigens wel wakker geschud. Niet voor niets hebben onder andere Spanje en Portugal serieuze bezuinigingsmaatregelen aangekondigd om orde op zaken te stellen.
Zijn er nog positieve effecten voor de belegger?
Voor beleggers in staatsobligaties is het op termijn aantrekkelijk dat het risico van Europees schuldpapier in het juiste perspectief wordt gezet. Niet langer is het verschil tussen Griekse en Duitse staatsobligaties uit te drukken in tientallen basispunten; het gebeurt nu in honderdtallen. Daarmee is de natuurlijke rangorde in Europees schuldpapier hersteld en kunnen betere keuzes worden gemaakt.
Voor Europese aandelenbeleggers kan de daling van de euro – die is veroorzaakt door de problemen in Griekenland – positief uitpakken. Deze speelt immers met name de Europese export in de kaart. Het bedrijfsleven in landen als Duitsland en Nederland zal hiervan gaan profiteren. Robeco-beleggingsstrateeg Lukas Daalder geeft in de laatste Economic Outlook aan dat de kracht van de sterke Europese economieën in het tweede kwartaal zal toenemen.



