Wie had tien jaar geleden gedacht dat leningen uit opkomende markten een aantrekkelijk alternatief zouden bieden voor schuldpapier van ontwikkelde landen? Emerging Market Debt trekt de aandacht van steeds meer beleggers.
Obligatiebeleggers in ontwikkelde landen hebben het niet makkelijk. De landen die in economisch opzicht hun zaakjes op orde hebben, vergoeden een lage rente op hun schuldpapier. Meer rendement is er te behalen in landen die in zwaar weer verkeren. Maar dat brengt wel weer een groot risico met zich mee, wat niet altijd gewenst is. In dit landschap vormen leningen uit opkomende markten een aantrekkelijk alternatief.
Inflatie ingeperkt
Sommige beleggers zullen wat onrustig worden van het idee leningen te kopen van opkomende markten, waar de economie snel maar onstuimig groeit. Informatie over de markt stelt hen gerust. Zo zijn schulden bij overheden en bedrijven in opkomende markten in tegenstelling tot de ontwikkelde landen veelal geen probleem, zegt Maurice Meijers, portefeuillemanager van Robeco Emerging Debt. Hij benadrukt dat veel overheden en bedrijven in de periode na de Azië-crisis, eind jaren negentig, de balansen verder op orde hebben gebracht. De westerse wereld diende daarbij als voorbeeld. Ook de inflatie werd met succes ingeperkt door de Centrale Banken.
Meijers: “De gemiddelde inflatie is rond de 4 procent. De tijd waarin landen als Argentinië en Brazilië kampten met respectievelijk 30 en 20 procent inflatie is voorbij. Een land als Thailand, dat tien jaar geleden een forse rente liet zien en nu tussen de 3 en 4 procent beweegt, is daar ook een bewijs van; het laat zien dat ze de inflatie onder controle weten te houden. In combinatie met de sterke groei van de opkomende markten in voornamelijk Azië en Latijns-Amerika is dit een interessante beleggingsmogelijkheid voor zowel aandelen- als obligatiebeleggers.”
Volgens Meijers worden obligatiehouders goed beloond voor het genomen risico. “Het gemiddelde effectief rendement van leningen uit opkomende markten is nu zo’n 6,5 procent. Ruim twee à drie keer zo hoog als ontwikkelde markten als Duitsland en de Verenigde Staten. Sinds september van dit jaar is het effectief rendement van leningen van de Duitse en Amerikaanse overheid verder gedaald. Dit is in opkomende markten juist opgelopen.”
Daarnaast speelt het valutaeffect, de verwachting is dat de valuta van opkomende landen gaat stijgen ten opzichte van bijvoorbeeld harde valuta als de dollar. Niet voor niets zijn leningen genoteerd in lokale valuta gewild.
Banken
Meijers kan binnen zijn fonds putten uit een markt van omgerekend zo’n 2 biljoen dollar, verspreid over dertig landen en tweehonderd uitgevende instanties. De portefeuille bevat zowel overheidspapier als leningen van bedrijven, genoteerd in zowel dollars en euro’s als lokale valuta. Meijers is bij bedrijfsobligaties onder meer geïnteresseerd in bedrijven die aan de overheid zijn gelieerd. “We beleggen bijvoorbeeld graag in banken in Brazilië en India, die vaak voor een deel in handen zijn van de overheid. Dit geeft een extra rente ten opzichte van leningen van de overheid zelf. Terwijl je weet dat de overheid ingrijpt in het geval zaken niet goed gaan.”
Risicovoller
Spreiding binnen fondsen over landen en uitgevende partijen helpt om het risico te dempen. Want dat de assetcategorie risicovoller is dan de gemiddelde Nederlandse staatslening, zal Meijers niet ontkennen. Politieke onrust en corruptie hebben zijn aandacht, maar hij ziet het wel graag in perspectief. “Neem Griekenland, dat ook met politieke risico’s en corruptie te maken heeft. Het gaat om de goede selectie. Zo is Indonesië, dat kampt met corruptie, langzaam volwassen aan het worden. Spreiding is in de tussentijd een adequaat middel om het risico hierop te dempen.”
Ook houdt Meijers de correlatie tussen de economieën in het oog. Daarom belegt hij momenteel bijna niet in voormalige Oostbloklanden als Hongarije en Polen. Zij hebben nu veel last van de volatiliteit in de eurozone. Liever kiest Meijers voor kansrijke landen in Azië en Latijns-Amerika. Als voorbeeld noemt hij Petrobras in Brazilië, een oliebedrijf dat wereldwijd actief is. Meijers: “Waar de afzet op de thuismarkt te maken krijgt met problemen, is die onderneming in staat te profiteren van groei in andere delen van de wereld.”



