De angst voor een recessie weerklinkt. Toch blijven de grondstoffenprijzen redelijk overeind en liggen de havens vol. Hoe kan dit?
Gezien de Europese schuldencrisis en de wereldwijde economische groeivertraging lijkt het klimaat voor grondstoffenbeleggingen niet ideaal. Toch houdt de grondstoffenmarkt zich redelijk goed staande. De grondstoffenprijzen blijven overeind en de havens liggen nog steeds vol.
Het lijkt een opmerkelijk. Maar wie zich in de markt verdiept, vindt toch heldere verklaringen. “Het aanbod aan grondstoffen is krapper dan veel mensen zich realiseren”, zegt Peter Csöregh, fondsmanager bij Robeco van Robeco Natural Resources Equities. “Mijnbouwbedrijven halen minder metalen uit de grond. Grote olievelden raken uitgeput en dat gat is lastig op te vullen: er zijn al heel lang geen grote olievelden meer gevonden en de olie die wel gevonden wordt, ligt op lastig ontginbare plaatsen.”
Daarnaast belemmert de kredietcrisis de uitbreiding van de toeleveringscapaciteit van grondstoffen. “Het is voor bedrijven lastiger geworden de benodigde investeringen te financieren. Banken zijn minder scheutig met kredietverlening en als een bedrijf obligaties wil uitzetten, is dat vaak niet tegen een aantrekkelijk rentetarief.”
Milieuvergunningen
Investeren in aanbodvergroting is bovendien een zaak van de lange adem, stelt Csöregh. “In veel landen gelden strenge milieuregels. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, duurt het voor een oliemaatschappij wel zeven jaar om de vereiste milieuvergunningen binnen te halen om olie te kunnen winnen. Dat maakt het voor een bedrijf lastiger om de capaciteit uit te breiden.”
De oliemarkt kampt daarnaast met grote politieke spanningen in veel olielanden. “Iran gedraagt zich onvoorspelbaar. Bovendien is de binnenlandse onrust in Libië, Syrië en Bahrein niet bevorderlijk voor een lagere olieprijs”, meent Csöregh.
Hij merkt dat bedrijven door de grote politieke en economische omstandigheden minder risico’s durven te nemen, waardoor projecten worden uitgesteld.
Een andere ontwikkeling die het aanbod onder druk zet is dat veel landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen assertiever worden. “Ze confronteren Westerse bedrijven met strengere regelgeving en hogere belastingtarieven en zijn steeds kritischer in samenwerking met deze bedrijven.”
Al deze factoren zorgen ervoor dat de capaciteit aan de aanbodzijde beperkt is.
Industriële economie
Tegelijkertijd blijft de vraag naar grondstoffen redelijk overeind, volgens Csöregh. “Uit opkomende markten, met name uit China, blijft de vraag aardig op peil. China heeft de laatste decennia een groot deel van de productie overgenomen van Westerse landen en daardoor in hoog tempo de overgang gemaakt naar een industriële economie. Dat heeft geleid tot een sterk stijgende vraag naar grondstoffen; niet alleen voor de productie, maar ook voor de aanleg van infrastructuur.”
Daarnaast heeft China te maken met een opkomende middenklasse, een ontwikkeling die de binnenlandse vraag een impuls geeft. Het land beschikt over onvoldoende grondstoffen om zelf in deze vraag te voorzien.
Aan de vraagzijde heersen echter ook onzekerheden, waarschuwt Csöregh. Als de schuldencrisis in de eurozone de regio meetrekt in een diepe recessie, kan dat ook andere economieën raken: kwetsbare economieën, zoals de VS, Groot-Brittannië en Japan, maar ook opkomende markten, die hun producten daar moeten afzetten. “We leven in een wereld waarin alles met elkaar verbonden is. Als Europa in problemen komt, raakt dat ook andere landen”, aldus Csöregh.
Omgekeerd is een positieve impuls mogelijk als een recessie in Europa uitblijft en dit continent zich stabiliseert.
Inflatie
Een belangrijk voordeel van grondstoffen is de sterke correlatie met inflatie, meent Csöregh. “Grondstoffen bieden de beste bescherming tegen onverwachte inflatieschokken. Als een klein deel van je portefeuille in grondstoffen wordt belegd, is de hele portefeuille beter tegen inflatie beschermd.”
Dat is geen overbodige luxe voor wie vreest dat landen met omvangrijke schulden, zoals de VS, in de verleiding komen om geld bij te drukken en zo via een oplopende inflatie hun schuldenlast te verkleinen.



