Veel bedrijven grijpen de publicatie van de jaarcijfers aan om een dividendverhoging aan te kondigen. Dat is goed nieuws voor beleggers, want dividend levert een grote bijdrage aan het totaalrendement van aandelen.
De lage rente op liquiditeiten en obligatieleningen dwingt beleggers die zoeken naar inkomen uit beleggingen, naar andere bronnen te kijken. Dividend lijkt een aantrekkelijk alternatief.
Dividend is mooi meegenomen voor de aandeelhouders. Maar een bedrijf geeft er ook allerlei signalen mee af. Hoe moet de verborgen boodschap achter het dividendbeleid worden ontcijferd?
Dit is de waarde die is vermeld op een aandeel of obligatie. De werkelijke waarde van deze effecten is gelijk aan de beurskoers en ligt meestal hoger dan de nominale waarde. Voor obligatiehouders is de nominale waarde van belang omdat de obligatie na de looptijd altijd wordt afgelost tegen de nominale waarde. Bovendien wordt de rentevergoeding aan de obligatiehouders ook berekend over de nominale waarde.
Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.