Printervriendelijke versie
Economie
10 belangrijke veroorzakers van de kredietcrisis
22 feb 2012

 

Al maanden beheerst de Europese schuldencrisis het beurssentiment. Maar wat zijn de achterliggende oorzaken? En hoe kon het zo uit de hand lopen?

Het bericht dat opeenvolgende Griekse regeringen jarenlang de statistieken hadden vervalst, vormde het begin van een kettingreactie die uitmondde in een enorme Europese schuldencrisis. De grote vraag is: hoe heeft het zover kunnen komen?

Het is lastig om één oorzaak aan te wijzen, omdat veel factoren nauw met elkaar samenhangen. Een zwak fundament voor de eurozone, falend toezicht, economisch wanbeleid en een economische crisis mengden zich uiteindelijk tot een dodelijke cocktail die de eurozone aan het wankelen bracht. Dit zijn de tien hoofdschuldigen.

 

1. Eurolanden

Gezonde staatsfinanciën zijn essentieel voor een gezonde munt. Dat is de gedachte achter het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) dat de eurolanden in 1997 sloten. Doel van dit pact was de stabiliteit van de nieuwe Europese munt, de euro, te garanderen. De eurolanden spraken af dat het begrotingstekort niet groter mocht zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en dat de overheidsschuld maximaal 60 procent van het bbp mocht zijn.

De praktijk bleek weerbarstig. De afspraken werden op grote schaal geschonden en de overtreders kwamen er zonder boetes of andere sancties vanaf. Alleen Finland en Luxemburg hebben elk jaar de regels in het pact strikt nageleefd. “Een lachertje”, noemde Klaas Knot, voorzitter van De Nederlandsche Bank, het SGP afgelopen najaar.

Tijdens de eurotop van december is afgesproken dat voortaan strenger op de begrotingsafspraken wordt toegezien. Landen met een tekort groter dan 3 procent van het bbp worden automatisch geconfronteerd met sancties.

 

2. Architecten eurozone

Ook in een ander opzicht bleek het fundament dat bij de start van de euro is gebouwd, zwak. Er traden niet alleen solide landen tot eurozone toe, maar ook zwakke broeders met een gebrek aan concurrentiekracht. Deze landen raakten de afgelopen jaren in de problemen, waardoor een noodfonds moest worden opgetuigd.

 

3. Europese politici

Ondanks de omvang van de problemen is het Europese politici nog steeds niet gelukt om te zorgen voor dé ultieme oplossing om de crisis te bezweren en het vertrouwen van de financiële markten te herstellen. Hierdoor konden de problemen zich verdiepen.

Het gebrek aan daadkracht is ook te wijten aan de manier waarop de eurozone is opgezet. Er is sprake van een muntunie, maar niet van een Europese regering met vergaande bevoegdheden om orde op zaken te stellen en zwakke economieën in geval van nood onder curatele te stellen.

 

4. Amerikaanse banken

De Europese schuldencrisis vindt haar oorsprong niet in Europa, maar in de Verenigde Staten. Eind 2007 stortte de Amerikaanse huizenmarkt in. Dit bracht niet alleen Amerikaanse banken in grote problemen, maar ook Europese banken, die hadden belegd in risicovolle financiële producten: opgeknipte en in obligaties verpakte hypotheken.

Door de angst op de internationale kapitaalmarkt hielden banken wereldwijd de hand op de knip. Ze verstrekten geen geld meer aan elkaar en ook bedrijven kregen steeds moeilijker kredieten. Dit leidde tot een economische crisis.

Hierdoor verslechterde de financiële huishouding van Europese overheden zienderogen. De belastingopbrengsten daalden, terwijl de uitgaven toenamen, vanwege oplopende werkloosheidsuitkeringen, maatregelen om de economie te stimuleren en reddingsoperaties van banken. Als gevolg hiervan steeg de overheidsschuld, uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product, significant.

 

5. Griekse regering

Eind 2009 leek de Europese economie, na de kredietcrisis, voorzichtig op te krabbelen. Maar toen kreeg de eurozone een nieuwe klap te verwerken. De Griekse regering maakte bekend dat het begrotingstekort en de staatsschuld aanzienlijk hoger waren dan eerder bekend was gemaakt. De cijfers bleken jarenlang te florissant te zijn voorgesteld.

Er werden stevige maatregelen aangekondigd om het tekort terug te dringen, maar het vertrouwen van beleggers had inmiddels zo’n grote deuk opgelopen dat de rente op Grieks staatspapier fors omhoog schoot. Hierdoor raakte Griekenland verzeild in een vicieuze cirkel van oplopende schulden en rentelasten; een zogeheten ‘debt trap’. Uiteindelijk dreigde het land zijn staatsschuld niet meer te kunnen financieren en moesten de eurolanden en het IMF Griekenland te hulp schieten met een lening.

Om ook eventuele andere Europese landen in zwaar weer te kunnen helpen, tuigden de eurolanden in mei 2010 een tijdelijk noodfonds op (European Financial Facility), dat in de toekomst een permanent karakter moet krijgen.

De oprichting van zo’n fonds bleek geen overbodige luxe, want al snel kwamen ook Spanje, Portugal, Italië en Ierland onder vuur te liggen. Zij kampten eveneens met een fors begrotingstekort en een uitdijende staatsschuld en zagen de rentetarieven op hun staatsleningen fors omhoog schieten. Nog datzelfde jaar deed Ierland een beroep op dit fonds en een halfjaar later volgde ook Portugal.

 

6. Amerikaanse zakenbanken

Bij het flatteren van de statistieken kreeg Griekenland hulp uit onverdachte hoek. De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs voorzag de Griekse overheid jarenlang van riskante financiële constructies die de schuld van het land lager lieten uitvallen dan ze in werkelijkheid was. Dat maakte het voor Griekenland mogelijk op te grote voet te leven en zich steeds dieper in de schulden te steken.

Toen bekend werd dat de economische situatie in Griekenland minder florissant was dan was voorgespiegeld, werd ook met de beschuldigende vinger gewezen naar enkele Amerikaanse zakenbanken, zoals Goldman Sachs. Zij faciliteerden Griekenland bij ingewikkelde financiële constructies, zoals valutaswaps, die ervoor zorgden dat de schuld van het Zuid-Europese land lager leek dan deze in werkelijkheid was. Dit stelde Griekenland in de gelegenheid lange tijd op te grote voet te leven en zich steeds dieper in de schulden te steken.


7. De euro 

De eurocrisis wordt ironisch genoeg verergerd door de euro zelf. Vroeger konden landen als Italië en Griekenland importoverschotten wegwerken door hun munt te devalueren en zo hun concurrentiekracht te vergroten. Sinds de invoering van de euro is dat niet meer mogelijk. Dit leidde bij diverse probleemlanden tot fors oplopende tekorten op hun lopende rekening. Het is de vraag of de bezuinigingen in deze landen voldoende zijn om het evenwicht te herstellen.

 

8. Kredietbeoordelaars

Tijdens de kredietcrisis werd ook forse kritiek geuit op kredietwaardigheidsbeoordelaars. Zij zouden risico’s niet (tijdig) hebben onderkend en te gul zijn geweest met hoge ratingen, waardoor landen als Griekenland ongebreideld konden lenen en waardoor riskante beleggingsproducten gretig aftrek vonden.

Toen de crisis zijn intrede deed, werd ratingbureaus juist verweten dat ze het door de vele downgrades voor schuldenlanden steeds ingewikkelder en duurder maakten om geld op te halen op de kapitaalmarkt.

Er werden ook vraagtekens gezet bij het verdienmodel, dat volgens critici niet transparant is omdat kredietbeoordelaars worden betaald door partijen die geld willen uitlenen en baat hebben bij een positieve inschatting van het kredietrisico. Ook behoren zakenbanken en hedgefondsen tot de klantenkring van ratingbureaus. Binnen deze groep zijn er partijen die baat hebben bij onrust op de financiële markten.

 

9. Europese banken

Ook banken kregen veel kritiek. Een van de oorzaken van de kredietcrisis is dat banken te weinig eigen geld hadden. Daar gaat verandering in komen. Banken worden in de toekomst verplicht grotere buffers aan te leggen.

Een ander probleem is dat overheden massaal moesten bijspringen om noodlijdende banken te redden en hierdoor dieper in de schulden raakten. Er zijn de laatste decennia grote bankkolossen ontstaan die door hun omvang en onderlinge verwevenheid een dermate groot risico voor de financiële stabiliteit vormden dat ze werden beschouwd als ‘too big to fail’. Maar ook kleinere banken zijn van de ondergang gered, uit angst voor een systeemcrisis. De wetenschap dat centrale banken graag willen voorkomen dat een bank omvalt, kan banken een prikkel geven om meer risico’s te nemen.

Om te voorkomen dat de belastingbetaler in de toekomst opnieuw veelvuldig moet bijspringen, wordt gezinspeeld op allerlei maatregelen. Hierbij moet gedacht worden aan het opknippen van banken in een ‘nutsdeel’ (retailbank) en een risicovol deel (investment bank) en het innen van een bankheffing (om het depositogarantiestelsel mee te financieren).

 

10. Toezichthouders

Volgens diverse critici schoot het toezicht op banken en de regelgeving tekort. Hierdoor ontstond de mogelijkheid tot onverantwoorde kredietverlening en het nemen van te grote risico’s. Op allerlei niveaus wordt inmiddels gewerkt aan een versterking en verbreding van het toezicht op de financiële sector.

Aanmelden voor de Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen op MarketMinds. Meld je aan en ontvang 2x per maand de nieuwsbrief.
Voornaam *

Achternaam *

E-mailadres *


Ik ben: *
Beleggingsprofessional
Particulier

Ik ga akkoord met de voorwaarden.

Woordenlijst

T

Triljoen

Een triljoen is 1.000.000.000.000.000.000 (1 met 18 nullen), ofwel 1.000 x biljard. Stapsgewijs: duizend - miljoen - miljard - biljoen - biljard - triljoen - triljard.

Gelezen

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.