82 van de 90 geteste Europese banken hebben de stresstest doorstaan. Is daarmee de basis gelegd voor herstel van het vertrouwen in de financiële sector?
Een zucht van verlichting bleef uit toen de Europese Bank Autoriteit (EBA) de resultaten van de laatste stresstest publiceerde. De toetsingscriteria waren te soepel en er was onvoldoende rekening gehouden met wanbetaling van een van de Europese schuldenlanden, zo stelden critici. Hierdoor zou een te rooskleurig beeld zijn ontstaan.
Is deze kritiek terecht? Deels wel en deels niet, vindt Taeke Wiersma, hoofd Credit Research bij Robeco. “Deze stresstest zit beter in elkaar dan de vorige. Er is met meer datapunten gerekend, waardoor we nu een beter beeld hebben van de positie van banken. Er is bijvoorbeeld meer differentiatie aangebracht in de blootstelling naar verschillende landen en looptijden van obligaties.”
Bovendien zijn de gehanteerde criteria volgens Wiersma behoorlijk streng. “De test is gebaseerd op vrij negatieve scenario’s, zoals een toenemende werkloosheid, dalende huizenprijzen, een lagere winstgevendheid van banken en hoge voorzieningen voor slechte leningen. Ook de raming voor de economische groei was vrij conservatief: 4 procentpunten onder de officiële ramingen.”
Natuurlijk hadden de scenario’s nog negatiever kunnen zijn, erkent Wiersma. “Niettemin zijn in deze toch conservatieve setting slechts acht banken niet geslaagd. Dat zou op zich vertrouwen moeten wekken.”
Blootstelling
Maar – en daarmee sluit hij zich aan bij critici – het grootste probleem is in de test onderbelicht: de blootstelling van banken aan staatsobligaties uit Italië, Spanje, Ierland, Griekenland en Portugal. In de berekeningen is volgens Wiersma slechts heel beperkt rekening gehouden met een eventueel faillissement van een van deze landen. Terwijl de impact daarvan groot kan zijn. “Als de situatie beperkt blijft tot Griekenland, Portugal en Ierland, lijkt dat voor de meeste banken nog wel redelijk te behappen, maar als ook Italië en Spanje in grote problemen komen, wordt het een ander verhaal.”
Banken brengen hun beleggingen in staatsobligaties onder in verschillende boeken, zoals het bankenboek en het tradingboek, legt hij uit. In het tradingboek is in de stresstest uitgegaan van een haircut (afslag) op de waardering van staatsobligaties die afhangt van de looptijd. Zo wordt voor Griekse vijfjarige staatsobligaties bijvoorbeeld gerekend met een haircut van 18 procent. Wiersma vindt dat opmerkelijk: “In de markt wordt nu al een veel lagere waarde ingeprijsd.”
Ook in het bankenboek, waar eveneens een groot deel van de exposure aan schuldenlanden is ondergebracht, is volgens Wiersma een veel minder streng scenario toegepast.
Kapitaalratio
De ondergrens van het kernkapitaal dat banken moeten aanhouden na de stresstest – de kapitaalratio of core tier 1 ratio – is eveneens voor discussie vatbaar. De EBA, die de test uitvoerde, ging uit van 5 procent. Maar dat had ook een hoger percentage kunnen zijn, meent Wiersma; bijvoorbeeld 7 procent, de ondergrens die straks onder Basel III zal worden gehanteerd. “De EBA heeft daar niet voor gekozen, omdat het nieuwe regime pas in 2018 ingaat en nu dus nog niet van toepassing is. Maar als strengere normen waren gehanteerd, zouden meer banken onvoldoende gekapitaliseerd zijn.”
Al met al komt de uitslag van de stresstest in grote lijnen overeen met de verwachtingen die Wiersma had. Nederlandse banken zijn glansrijk door de test gekomen. Ook Scandinavische banken hebben het er relatief goed vanaf gebracht. Bij de oosterburen was het beeld volgens Wiersma gemengd. “Deutsche Bank rapporteerde een kernkapitaal van slechts 6,5 procent. Dat is vrij laag voor zo’n belangrijke bank. Ter vergelijking: Rabobank kwam uit boven de 10 procent.
Lokale banken
De test toont volgens Wiersma andermaal aan hoe belangrijk het bij beleggingen in Europese financials is om selectief te zijn. “Je moet oppassen met lokale banken. Griekse en Portugese banken, bijvoorbeeld, zijn vrij sterk belegd in staatsleningen van hun vaderland.”
Hoewel de exposure van banken aan schuldenlanden in de berekeningen vrij karig aan bod is gekomen, biedt de jongste stresstest volgens Wiersma wel meer inzicht in de blootstelling van banken in de schuldenlanden. “En dat is winst.”
Hij denkt dan ook dat de stresstest het vertrouwen in Europese banken wel enigszins zal vergroten. “Maar deze heft de onzekerheid in de financiële markten niet volledig op”, zo waarschuwt hij. “Daarvoor is meer nodig: een definitieve oplossing voor de schuldenproblematiek.”
Meer over beleggen in bankobligaties is te vinden in het artikel ‘Bankobligaties bieden kansen na de crisis’ .
| Stresstest 2011 Om te slagen moesten banken aan het eind van de stresstest minimaal 5 procent kernkapitaal overhouden. Acht kleinere banken voldeden niet aan deze eis. Het betreft vijf Spaanse banken, twee Griekse en één Oostenrijkse. Zij hebben gezamenlijk nog 2,5 miljard euro extra kapitaal nodig. Het gemiddelde kernkapitaal bij de geteste banken bedroeg 8,9 procent. Van de vier deelnemende Nederlandse banken scoorde Rabobank het best, met een kernkapitaal van 10,8 procent, gevolgd door ABN Amro (9,2%), ING (8,7%) en SNS Bank (7%). |



