De G20-ontmoeting van eind oktober heeft het mondiale valutaconflict even tot bedaren gebracht. Maar is een eventuele valutaoorlog hiermee definitief van de baan?
De wereldwijde valutaspanningen bereikten de afgelopen maanden een kookpunt. De Verenigde Staten nemen het China al maanden kwalijk de yuan kunstmatig laag te houden.
Omgekeerd krijgt de VS het verwijt dat het ruimere monetaire beleid van de Federal Reserve de dollar flink verzwakt. Ook andere landen, zoals Japan, Brazilië, Zuid-Korea en Thailand, hebben – al dan niet geslaagde – pogingen ondernomen hun munt te verzwakken, ten gunste van de export.
Tijdens een voorbereidende top in het Zuid-Koreaanse Gyeongju, eind oktober, beloofden de ministers van Financiën van de grootste industrielanden aan deze praktijken een einde te maken. Niet de overheid, maar de vrije markt moet de valutakoersen bepalen.
Handelsoverschotten
Is een dreigende valutaoorlog nu in de kiem gesmoord? “Er zijn in elk geval goede intenties uitgesproken, om de rust te bewaren”, zegt Ivo Arnold, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Nyenrode Business Universiteit.
Hij wijst erop dat de aandacht sinds de top is verlegd van de Chinese wisselkoers naar de onevenwichtigheden in de economie die aan de problemen ten grondslag liggen: de handelsoverschotten en -tekorten.
Tijdens de ‘echte’ G20-top op 11 en 12 november zullen de deelnemende regeringsleiders bekijken hoe deze onevenwichtigheden kunnen worden aangepakt. Of dat zal leiden tot concrete maatregelen zoals een maximering van het handelsoverschot voor overschotlanden, betwijfelt Arnold. “Maar door te praten over de fundamentele problemen wordt wel tijd gekocht en dat is winst. Want prioriteit één is een echte valutaoorlog voorkomen. Zo’n oorlog veroorzaakt handelsconflicten, die leiden tot handelsbarrières. Dat is erg schadelijk voor de wereldeconomie.”
Zo’n oorlog zal geen winnaars kennen, maar louter verliezers, meent Arnold. Niet in de laatste plaats voor de hoofdrolspelers China en de VS. “Een dollarcrisis is slecht voor China, dat een grote hoeveelheid Amerikaanse staatsobligaties in handen heeft. Maar ook voor de Verenigde Staten, die dan worden geconfronteerd met een enorme deuk in het vertrouwen in hun munt.” Beide landen hebben volgens Arnold baat bij een geleidelijke oplossing van de huidige problemen.
Huilende derden
Een zorgpunt voor de wereldwijde valutamarkt is het besluit van de Federal Reserve om staatsobligaties op te kopen om de Amerikaanse economie te stimuleren. Deze maatregel, die neerkomt op het aanzetten van de drukpers, zet de dollarkoers onder druk. Maar het kan ook voor landen die hun financiële markten geopend hebben voor buitenlands kapitaal, heel onaangenaam zijn, waarschuwt Arnold. “Vanwege de lage rente en ruimere geldhoeveelheid in de VS zoeken de dollars hun weg naar gebieden waar meer rendement valt te behalen.”
Voorbeelden hiervan zijn de Zwitserse franc en de Braziliaanse real, die als vluchtvaluta gelden en hierdoor de afgelopen maanden flink in waarde zijn gestegen. Dat ondermijnt hun exportpositie. “Zij zijn de huilende derden”, meent Arnold. Lachende derden in het valutaconflict ziet hij niet.
Hot money
Een ander risico van de monetaire verruiming in de VS is een mogelijke toevloed van kortetermijnkapitaal, hot money genaamd. “Dat is erg onbetrouwbaar geld”, stelt Arnold. “Zodra de situatie in de VS weer aantrekt, stroomt het even snel weer weg als het binnen is gekomen. Dat gebeurde ook tijdens de Azië-crisis.”
China heeft hier volgens de hoogleraar nauwelijks last van, omdat de Chinese markt is gesloten voor kapitaalstromen uit het buitenland. Maar Brazilië en Indonesië worden er wel mee geconfronteerd.
Beleggers in met name opkomende economieën moeten daarom beducht zijn voor nieuwe zeepbellen, waarschuwt Arnold. “Als veel goedkoop geld een weg zoekt naar meer rendabele markten, moet je je als belegger altijd afvragen: gaat het niet te hard? En kan die nieuwe bestemming de toevloed van buitenlands geld wel aan?”
Onvoorspelbaar
Hoe de euro zich in dit geweld zal houden, kan de econoom niet zeggen. “De eurolanden vormen een vrij heterogeen gezelschap. Aan de ene kant bevindt zich Duitsland, een overschotland dat niet aan zijn overschotpositie wil tornen. Aan de andere kant zijn er zwakke zuidelijke landen met een omvangrijke schuldpositie die veel aandacht vraagt.”
Daarnaast zijn wisselkoersen erg onvoorspelbaar. Of de euro verder in waarde stijgt, hangt grotendeels af van de kracht van het economische herstel in de VS ten opzichte van de eurozone, meent Arnold. De afgelopen maanden is redelijk veel positief economisch nieuws uit de eurozone – met name uit Duitsland – naar buiten gekomen, terwijl het herstel in de VS wat zwakker is. “Maar dat beeld kan veranderen en dan verzwakt de euro weer.”



