De gevolgen van de economische crisis versterken het wereldwijde protectionisme. Importheffingen op kip en dumpprijzen voor autobanden zetten onderlinge handelsrelaties op scherp. Economen maken zich ernstige zorgen over de gevolgen voor het economische herstel.
Kippenvleugels zijn zelden onderwerp van de kolommen van de Financial Times. Toch besteedde de krant eind april uitgebreide aandacht aan het product. Reden: het is het nieuwste onderwerp in de verstoorde handelsbetrekkingen tussen de Verenigde Staten en China. De laatste legde de Amerikaanse kippenleveranciers hoge invoerrechten op, nadat bleek dat de vleugeltjes onder de marktprijs werden verkocht. De problemen rond het gevogelte volgen op een eerdere verhoging van invoerrechten door de VS op onder andere autobanden, chemische middelen en aluminium uit China.
Economen maken zich zorgen over het toegenomen protectionisme. Zo waarschuwde topstrateeg Albert Edwards van Société Générale beleggers begin dit jaar al voor de verstrekkende gevolgen van de handelsbarrières.
Versterking recessie
Volgens Edwards kunnen deze leiden tot versterking van een wereldwijde recessie. “De handelsoorlog tussen landen vormt een van de grootste bedreigingen van de wereldwijde economie.”
Edwards benadrukt dat het protectionisme de onevenwichtigheid van handels- en kapitaalstromen tussen landen versterkt, en daarmee negatieve invloed heeft op het voorzichtige herstel van de economie, op de bedrijfswinsten en daarmee op de aandelenmarkten.
Gedeeld belang
Kern van het probleem ligt in de sterke economische positie van exportlanden als China en Duitsland. Het grote handelsoverschot van China leidde tot kritiek van de Verenigde Staten over oneerlijke concurrentie doordat China zijn valuta aan de dollar gekoppeld houdt. De door de VS opgeworpen importheffingen worden door China als ongefundeerd protectionisme bestempeld. Het resultaat is een ogenschijnlijke impasse met sancties over en weer.
Edwards signaleert – samen met een aantal andere strategen – echter dat de kemphanen meer gedeelde belangen hebben dan het nu lijkt. Exporterende landen hebben er immers geen belang bij dat hun afnemers – voor China onder andere de VS, en in geval van Duitsland de eurozonepartners – zover in economische problemen komen dat ze niet meer kunnen betalen en de groei van de handel terugvalt. In geval van China en de VS ligt de wederzijdse afhankelijkheid ook nog in het feit dat veel van de financiële reserves van China zijn belegd in Amerikaans staatspapier.
Oplossing
Michael Spence, professor aan Stanford University en consultant van obligatiehuis Pimco, deelt de zorgen van Edwards. Ook hij ziet meer in een genuanceerde oplossing dan in het opwerpen van handelsbarrières. Volgens Spence moet China zich meer richten op het versterken van de binnenlandse vraag naar producten dan op uitbreiding van de export. “De Chinese consument moet minder sparen en meer uitgeven in de binnenlandse economie. Dit kan onder andere door het versterken van het sociale vangnet, waardoor de behoefte om geld opzij te zetten afneemt.”
Handelstekorten reduceren
Een afgewogen beleid moet de handelspartners van onder andere China de kans bieden hun handelstekorten terug te brengen, ondermeer door groei van de eigen export. Gebeurt dat niet, dan voorspelt Edwards dat de economische groei stilvalt en de inspanningen van overheden om economisch herstel te bereiken tevergeefs zullen blijken.
Edwards en Spence verwijzen daarbij fijntjes naar ervaringen in het verleden. De geschiedenis laat zien dat handelsoorlogen doorgaans geen winnaars opleveren. Zo besloot de Amerikaanse overheid tijdens de crisis in de jaren dertig met de Smoot-Hawley Tariff Act de eigen economie te beschermen door de importtarieven op zo’n 20.000 producten te verhogen. Het pakte anders uit toen de handelspartners vervolgens hun import van Amerikaanse producten met meer dan de helft terugbrachten. Dit droeg direct bij aan de daaropvolgende Grote Depressie.



