Printervriendelijke versie
Economie
Is inflatie China’s nieuwste exportartikel?
19 jul 2011

Stijgende prijzen voor exportproducten uit opkomende landen zijn slechts één onderdeel van het wereldwijde inflatieverhaal, schrijft strateeg Lukas Daalder. Wisselkoersen spelen ook een rol.

Stijgende prijzen in de opkomende markten stoken de wereldwijde inflatie-angst flink op. Vooral China is een bron van zorg. De Chinese inflatie bereikte in juni een driejaarshoogtepunt van 6,4% als gevolg van stijgende kosten voor voedsel, brandstof en lonen. De prijzen voor Chinese exportartikelen stijgen ook. Het lijkt erop dat China, als grootste exporteur van de wereld, nu ook inflatie exporteert.


Het aandeel van China in de wereldhandel is toegenomen van 3% naar 9% in de afgelopen vijftien jaar. Deze dominante positie dankt het land aan zijn historisch grote, laagbetaalde arbeidsreserve, zijn ondergewaardeerde valuta en het op economische groei gerichte overheidsbeleid. Dankzij deze voordelen kon China een goedkope productielocatie worden voor bedrijven overal ter wereld.


Daardoor kunnen de Chinese inflatie en stijgende exportprijzen nu wereldwijd gevolgen hebben voor consumenten die uiteenlopende producten kopen zoals kleding, auto’s, computers en flatscreens.


Meer schaarste aan arbeid en hogere inflatie in opkomende markten
De oorsprong van de Chinese inflatie verandert. Tot voor kort was de inflatie voor een groot deel een gevolg van stijgende voedselprijzen, die op hun beurt zorgden voor hogere looneisen. Maar er zijn nu ook structurele krachten aan het werk. Het eenkindbeleid dat is ingezet in de jaren zeventig heeft een deuk geslagen in de beroepsbevolking. En het groeiende aantal acties en stakingen wijzen erop dat arbeidskrachten schaarser worden in China.


En dit geldt niet alleen voor China. Andere opkomende markten zoals Brazilië, Rusland en India (samen met China ook bekend als de ‘BRIC-landen’) hebben ook te maken met stijgende inflatie en een groeiend tekort aan arbeidskrachten. De verwachting is dat de inflatie voor alle opkomende markten gemiddeld 5,0% zal bedragen in 2011.


Stijgende prijzen zijn niet de hoofdoorzaak, valuta-effecten zijn belangrijker
Ondanks dit bewijs denk ik dat het te vroeg is om ons al veel zorgen te maken over inflatie in de eurozone. Ten eerste zijn er andere lagelonenlanden die een alternatief kunnen zijn voor China en andere BRIC-landen. Als de eisen van de Chinese werknemers ertoe leiden dat het land niet langer een van de goedkoopste productielocaties is, zullen producenten op zoek gaan naar alternatieven. Vietnam, Cambodja en, in de toekomst, Afrika staan allemaal klaar om het stokje over te nemen.


Maar gezien de grootte van de exportmarkten van China is het onmogelijk om de productie snel te verplaatsen. Er zal ongetwijfeld enige inflatiedruk overslaan naar andere landen vanuit China. Hoeveel dat zal zijn hangt af van de ontwikkeling van de valutakoersen. De koers van de valuta van een land ten opzichte van de yuan kan het effect van de stijgende Chinese exportprijzen voor consumenten dempen of versterken.


Wisselkoersen beïnvloeden prijzen van goederen uit opkomende markten
Laten we eens kijken naar de recente koersontwikkeling van de yuan. Ongeveer een jaar geleden boog de Chinese regering voor de druk uit de VS en liet de koers van de yuan vrijer bewegen ten opzichte van andere wereldvaluta's. Sindsdien is de yuan gestegen ten opzichte van de dollar. De combinatie van een stijgende inflatie in China en een oplopende yuan heeft Chinese producten per saldo duurder gemaakt voor Amerikaanse consumenten.


Maar geldt dit ook voor Europa? Ten opzichte van de euro is de yuan niet gestegen maar ongeveer 10% gedaald in het afgelopen jaar. Dit betekent dat ondanks een gerapporteerde stijging van de exportprijzen in 2010 en 2011 het effect voor consumenten in de eurozone min of meer is geneutraliseerd door de sterke euro. Zoals de onderstaande grafiek laat zien, daalde de yuan ook ten opzichte van andere Europese valuta’s, waaronder de Zwitserse frank, de Zweedse en de Noorse kroon.


Veranderingen in de koers van de yuan in de afgelopen twaalf maanden 


Bron: Bloomberg, Robeco

Sterke euro, zwakke dollar
Het is natuurlijk niet te voorspellen of de wisselkoersen hun huidige trends zullen voortzetten. Het is wel opmerkelijk dat de positie van de euro ten opzichte van de yuan is verbeterd ondanks de aanhoudende zorgen over de stabiliteit van de eurozone.


Wat mij betreft, wijst dit erop dat de vooruitzichten voor de euro positief zijn, mits de staatsschuldproblemen in de regio op een beheerste manier worden opgelost. Het omgekeerde is natuurlijk ook mogelijk. Een lastig faillissement van Griekenland zou slecht zijn voor de euro. In een dergelijk scenario denk ik dat de Chinese inflatie niet de grootste zorg zal zijn voor de eurozone. Er zijn dan veel grotere problemen die om een oplossing vragen.


Al met al lijkt het erop dat op dit moment de VS zich meer zorgen moet maken over inflatie dan de eurozone. In combinatie met een daling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de yuan, zouden de stijgende exportprijzen er inderdaad voor kunnen zorgen dat inflatie het nieuwste exportartikel is van China naar de VS.

Aanmelden voor de Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen op MarketMinds. Meld je aan en ontvang 2x per maand de nieuwsbrief.
Voornaam *

Achternaam *

E-mailadres *


Ik ben: *
Beleggingsprofessional
Particulier

Ik ga akkoord met de voorwaarden.

Woordenlijst

M

Mandaat


Richtlijnen die een klant verstrekt aan zijn of haar vermogensbeheerder over de wijze van beleggen. Deze richtlijnen kunnen betrekking hebben op een rendementsdoelstelling, maar bijvoorbeeld ook over de sectoren waarin belegd mag worden. Binnen deze richtlijnen kan de vermogensbeheerder vervolgens zelfstandig opereren.

Gelezen

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.