De Nederlandse inflatie bereikte in mei met 2,3 procent het hoogste niveau in jaren. Consumenten houden de hand op de knip en het ene na het andere bedrijf geeft een winstwaarschuwing af. Gelukkig neemt volgens Robeco-strateeg Lukas Daalder de inflatiedruk op korte termijn af.
Het prijspeil kan de komende maanden nog licht oplopen, maar daarna gaat er wat druk van de ketel, voorspelt Lukas Daalder. Belangrijkste oorzaak is de terugval van de olieprijs. “Vooral de recente aankondiging van de International Energy Agency om de wereldwijde olievoorraden verder aan te spreken, heeft gezorgd voor een aanzienlijk prijseffect. Daarnaast is de angst voor de onrust in het Midden-Oosten wat geluwd.”
Tweede rem op de inflatie is dat de internationale economische cijfers de laatste
paar maanden tegenvallen. Een uitzondering is het positieve Duitse producentenvertrouwen, maar de meeste indicatoren geven volgens Daalder een ‘duidelijk minder onstuimig’ beeld.
Inflatie importeren
In de grote groeilanden als China en India rijst de inflatie de pan uit. Is er geen gevaar dat we die prijsstijgingen importeren? De Nederlandsche Bank berekende onlangs de impact van hogere exportprijzen van emerging markets op onze inflatie. Stel dat die prijzen met 10 procent stijgen, dan zal dat volgend jaar onze inflatie met een extra 0,4 procent opstuwen en in 2013 zelfs met 0,8 procent. Daarmee zou de inflatie in Nederland duidelijk boven de 2 procent komen te liggen, een behoorlijk fors percentage.
Een valide berekening, vindt Daalder, ware het niet dat Europa voor een dergelijke stijging van de exportprijzen niet al te beducht hoeft te zijn. “De inflatie in China is met 5,5 procent aanzienlijk, maar daar staat tegenover dat de laatste twaalf maanden de yuan met 10 procent in waarde is gedaald tegenover de euro. Ook de Braziliaanse en Indiase munt zijn sterk teruggevallen. Dit compenseert voor een belangrijk deel het effect van de hogere exportprijzen. Aangezien ik geen duikvlucht van de euro verwacht, denk ik daarom niet dat we inflatie importeren.”
Zuinige consument
In feite corrigeert het proces zichzelf: de hoge olieprijs stuwt de inflatie, maar drukt uiteindelijk de economische groei, wat de olieprijs en daarmee de inflatie vanzelf weer remt. Voorlopig horen we nog ongunstige berichten. Zo volgt het ene na het andere Nederlandse bedrijf met winstwaarschuwingen, die – deels – zijn terug te voeren op hogere grondstoffenprijzen. Denk aan Akzo Nobel en Philips. Maar dat is een vertraagd effect van de situatie tot een paar maanden geleden, aldus Daalder. “De spanningen nemen af.”
Bij economische groei nemen bedrijven en de export het voortouw. Daar kwam in 2009 en 2010 dan ook de meeste groei vandaan. In de volgende fase, en die breekt nu zo’n beetje aan, kan de consument volgens Daalder wat extra gaan bijdragen. Al moeten we daar niet al te veel van verwachten, aangezien hogere looneisen voorlopig nog niet aan de orde zijn. Door onzekerheid over economie, huizenmarkt en pensioen is de consument nog behoorlijk zuinig. Daalder: “Terwijl in de VS 70 procent van het BBP met consumptie samenhangt, is dat in Nederland en Duitsland maar 55 à 60 procent. Dat kan de komende tijd wel wat omhoog, maar verwacht geen groeispurt van 5 procent.”



