Printervriendelijke versie
Economie
Visie 2010
15 jan 2010

Op woensdag 6 januari vond het jaarlijkse visie-evenement van Robeco plaats. Na een welkomstwoord door dagvoorzitter Jeroen Smit, gaf Ronald Doeswijk, senior strateeg bij Robeco, zijn visie op het komende jaar.

 

Doeswijk acht het depressiescenario niet langer waarschijnlijk. Volgens hem bevindt de wereldeconomie zich aan het begin van een fase van toenemende groei. Deze zal in 2010 echter nog gematigd zijn, aangezien overheden niet langer zo massaal kunnen blijven stimuleren als in 2009 en consumenten, vooral in de VS, nog altijd hun schulden afbouwen. Inmiddels is de schuldratio van Amerikaanse huishoudens iets gedaald, maar deze is nog altijd hoog. Toch betekent dit niet dat Amerikanen arm zijn. Sterker nog, hun nettovermogensratio bevindt zich precies op het 60-jaarsgemiddelde. Positieve factor voor economische groei is het vooruitzicht dat er in Amerika binnenkort weer sprake zal zijn van banengroei. Dit zal de consumentenbestedingen stimuleren. Daar komt nog bij dat opkomende markten veel minder hard zijn geraakt door de crisis. Alles bij elkaar genomen is het het meest waarschijnlijk dat de economie dit jaar een beneden trendmatige groei zal laten zien.


Beleggingscategorieën die in deze fase normaliter goed presteren, zijn aandelen, credits, high yield en grondstoffen. De waardering van aandelen is neutraal en vormt dus geen belemmering voor een verdere koersstijging. Na de enorme winstval van het afgelopen jaar zullen bedrijfswinsten dit jaar krachtig opveren. Verder is de risicopremie van aandelen ten opzichte van obligaties de afgelopen 40 jaar 1,3% geweest. Dit is zeer weinig in historisch perspectief. Doeswijk acht het niet waarschijnlijk dat we nu weer een periode tegemoet gaan waarin de risicopremie zo laag zal zijn. Voor 2010 schat Doeswijk dat aandelenkoersen met 5% tot 15% zullen stijgen.


Onroerend goed is duur en minder aantrekkelijk dan aandelen. Ook staatsobligaties zullen geen spectaculaire rendementen laten zien, maar zullen vermoedelijk ook geen slechte belegging zijn. Kerninflatie blijft gematigd en de centrale banken van de ontwikkelde economieën zullen de rente op zijn vroegst in het derde kwartaal verhogen. Op middellange termijn blijft inflatie wel een thema, vooral vanwege de schaarste van voedsel en grondstoffen. Credits zijn aantrekkelijker dan staatsobligaties, aangezien spreads, ondanks hun daling, nog steeds niet genormaliseerd zijn. Als de economie positief verrast, zal high yield echter nog interessanter zijn.


Voor dit jaar zet Doeswijk zijn kaarten op opkomende markten, natuurlijke hulpbronnen en IT. In opkomende markten doen de economieën het nog steeds erg goed, winstherzieningen zijn positief en de waardering is neutraal ten opzichte van ontwikkelde markten. De energiesector was de afgelopen 40 jaar de best presterende sector en wordt in de toekomst ondersteund door het schaarstethema. Wel zijn de voorraden van grondstoffen als koper en olie relatief hoog. De IT-sector lijkt klaar om de internetimplosie achter zich te laten nu de laatste spijtoptant eindelijk uit de markt is. Voor het eerst laat de relatieve lange-termijngrafiek een (kleine) stijging zien. Infrastructuur, ten slotte, is een interessant thema. Vanwege zijn laatcyclische karakter is het nu wellicht nog iets te vroeg om in te stappen.


De Robeco-fondsen die Doeswijk aanraadt om te profiteren van deze beleggingskansen zijn Robeco Emerging Markets Equities, Robeco Euro Credit Bonds en Robeco Natural Resources Equities.


Na de presentatie van Doeswijks visie vond er een paneldiscussie plaats met Han Dieperink van de Rabobank, Rob van Veen van ABN AMRO, Henry van Heijster van ING en Wouter de Ridder van Van Lanschot Bankiers. De heren werd een viertal vragen voorgelegd. Ten eerste werd hun gevraagd wat zij het belangrijkste thema voor de komende tien jaar vinden: demografische veranderingen, een tekort aan grondstoffen of een toenemend milieubewustzijn. De meeste sprekers waren het erover eens dat demografische ontwikkelingen het belangrijkst zijn en dat de andere trends hier eigenlijk een afgeleide van zijn. Han Dieperink onderstreepte nog het belang van de IT-revolutie die de komende decennia nog een belangrijke drijver van innovatie zal zijn.


Ten tweede werd de heren gevraagd of zij duurzaam beleggen een hype of een structurele trend vinden. De algemene teneur was dat, hoewel de aandacht voor dit thema op dit moment weliswaar hypeachtige vormen aanneemt, duurzaamheid een blijvende trend in de toekomst zal zijn. 


Gevraagd naar hun voorkeur voor actief versus passief beleggen, sprak Han Dieperink zich uit voor een combinatie. In ontwikkelde, transparante, liquide markten, zoals die voor staatsobligaties, is het volgens hem bijna onmogelijk de markt te verslaan en zijn passieve beleggingen goedkoper. Nadeel van index trackers is wel dat een groot aandeel in de index automatisch ook een groot aandeel in de portefeuille betekent. Beleggingen in fundamenteel gedreven markten kunnen het best actief worden beheerd. Als ander nadeel van passief beleggen noemde Henry van Heijster dat beleggers automatisch een relatief groot belang hebben in aandelen die het de afgelopen tijd goed hebben gedaan en dus zwaar in de index wegen. Hij gaf dan ook de voorkeur aan actief beleggen, maar sprak zich wel uit tegen het verschijnsel dat er veel te veel beleggingsfondsen zijn en iedereen alles wil doen. Het is zaak om specifieke managers te selecteren op specifieke terreinen. Ook Rob van Veen was, ondanks de slechte staat van dienst van vermogensbeheerders over de afgelopen jaren, een voorstander van actief beleggen. Voor Wouter de Ridder was de keuze afhankelijk van het mandaat dat hij van de klant krijgt. Hoe lager het risico, des te groter het aandeel van passieve beleggingen. 

 
De laatste vraagstelling was: ‘Is er een toekomst voor gestructureerde producten?’ Allen waren het erover eens dat deze zeer nuttig zijn om een bepaald doel te bereiken, zolang het maar duidelijk is voor de klant waar hij in belegt en wat de risico’s zijn.


Ten slotte werd er gesproken over de trend in verdienmodellen. Iedereen was het erover eens dat de klant moet betalen voor de diensten die worden geleverd en dat de distributievergoeding daar voor bepaalde klantengroepen niet bij hoort.


De dag werd afgesloten door Roderick Munsters, die er net circa 100 dagen als CEO van Robeco op heeft zitten. Hij vertelde dat Robeco een goed jaar achter de rug heeft op het gebied van cashflow (EUR 7 miljard netto) en de prestaties van de aandelenfondsen. Bij vastrentende fondsen was het beeld gemengd.


Op dit moment is de Management Board van Robeco bezig met het uitstippelen van de strategie voor de komende jaren. Een aantal kernpunten is al bekend. Zo is het belangrijk meer focus aan te brengen, en niet alles meer te willen doen. Er moeten dus keuzes worden gemaakt. Distributie via de partners blijft een belangrijke pijler. Ten slotte zal er nog meer aandacht komen voor verantwoord beleggen. De visie van Munsters is dat de integratie van ESG-criteria in beleggingsprocessen leidt tot een verbetering van het risico-rendementsprofiel van portefeuilles. Door een completere beoordeling van bedrijven is het immers mogelijk risico’s beter in te schatten en kansen eerder te onderkennen.

Aanmelden voor de Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen op MarketMinds. Meld je aan en ontvang 2x per maand de nieuwsbrief.
Voornaam *

Achternaam *

E-mailadres *


Ik ben: *
Beleggingsprofessional
Particulier

Ik ga akkoord met de voorwaarden.

Woordenlijst

Z

Zeuro

Tegenhanger van de neuro, maar dan voor zuidelijke landen, zoals Spanje, Portugal, Griekenland en Italië (zie ook Neuro).

Gelezen

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.