Printervriendelijke versie
Opinie
Ik denk dus ik beleg
12 feb 2010

Wat kunt u met behavioral finance? Dit vakgebied past inzichten uit de psychologie toe op financiële beslissingssituaties en markten om zodoende ons begrip te vergroten. Want het blijkt dat het merendeel van de beleggers helemaal niet handelt zoals ze optimaal zouden moeten doen.Het mooie aan behavioral finance is dat u de psychologische inzichten juist kunt gebruiken om betere beleggingsbeslissingen te maken en nieuwe beleggingskansen te ontdekken.

Ik zal u proberen te wijzen op veel voorkomende valkuilen in beleggingsgedrag. En waar mogelijk zal ik manieren aandragen om deze valkuilen te vermijden.

Ook ga ik u tips geven over aantrekkelijke beleggingsstrategieën die gebaseerd zijn op inzichten uit de behavioral finance. Ik begin met myopic loss aversion, een veelvoorkomende fout in het gedrag van beleggers die substantiële gevolgen voor uw financiële positie kan hebben.

Voorbeeld 1
Stelt u zich de volgende situatie eens voor. U hebt een substantieel bedrag (zeg 100.000 euro) ter beschikking en besluit dit gehele bedrag voor de komende vijf jaar te spreiden over twee beleggingsfondsen, zeg A en B.

De rendementen die jaarlijkse investeringen in deze fondsen over de afgelopen 75 jaar behaald zouden hebben, staan hieronder (gesorteerd van slecht naar goed). Hoeveel procent van de 100.000 euro zou u in Fonds B beleggen, en hoeveel in Fonds A?

 

Fonds B heeft duidelijk meer risico maar ook kans op grotere rendementen in vergelijking met fonds A. Wat was uw gekozen allocatie? Ter vergelijking: uit verscheidene onderzoeken tussen pensioenbeleggers en beleggingsprofessionals is gebleken dat er gemiddeld 40% in Fonds B belegd wordt en 60% in fonds A. Dit lijkt een vrij verstandige keuze.

Voorbeeld 2
Stelt u zich nu dezelfde situatie voor met een verandering. De rendementen die vijfjaarlijkse investeringen in deze fondsen over de afgelopen 75 jaar behaald zouden hebben staan hieronder (waarbij de rendementen geannualiseerd zijn). Hoeveel procent van de 100.000 euro zou u nu in Fonds B beleggen, en hoeveel in Fonds A?



Fonds B heeft nu duidelijk iets meer risico maar ook een veel grotere kans op hogere rendementen in vergelijking met fonds A. Was uw gekozen allocatie nu anders dan hiervoor? Dan bent u niet de enige. Uit onderzoek tussen dezelfde groep mensen als hiervoor blijkt dat nu maar liefst gemiddeld ±70% in Fonds B wordt belegd.

Dezelfde fondsen
Echter, het grappige (of eigenlijk het stomme) is dat beide situaties dezelfde fondsen betreft voor een belegger met dezelfde beleggingshorizon. Fonds B zijn Amerikaanse aandelen en Fonds A zijn Amerikaanse langetermijnstaatsobligaties.

Het enige verschil is dat in het eerste geval de rendementverdeling van jaarlijkse investeringen getoond werd, en in het laatste geval van vijfjaarlijkse investeringen. Doordat de meeste beleggers een grote afkeer voor verliezen hebben en op kortere frequenties negatieve aandelenrendementen zichtbaarder zijn, percipiëren ze aandelen als minder aantrekkelijk op de korte termijn.

Dit terwijl ze vaak voor de langere termijn beleggen. Er is dus sprake van een verschil tussen de termijn waarop beleggingsbeslissingen genomen worden en de termijn waarover belegd wordt. Hierdoor beleggen de meeste beleggers uiteindelijk anders dan ze op basis van hun planningshorizon zouden willen.

Myopic loss aversion
Uit onderzoek komt naar voren dat deze valkuil (ook wel genaamd: myopic loss aversion) plaatsvindt wanneer men beleggingsbeslissingen neemt op een hogere frequentie dan waarvoor men belegt en bij het geconfronteerd worden met rendementen op kortere termijnen dan de beleggingshorizon.

Vooral in deze gevallen lijken beleggers meer bezig met de mogelijkheden op een kortetermijnverlies dan met de beleggingsplanning voor de relevante horizon, daarbij accepteren beleggers verliezen op kortere termijn.

Derhalve, is het vooral een groot probleem voor pensioenbeleggers (die voor tientallen jaren moeten investeren) en soms relatief weinig in aandelen beleggen, maar ook voor beleggers en handelaren die dagelijks naar de beurs kijken maar voor meerdere maanden tot jaren willen beleggen.

Bewustworden
Hoe voorkomt u deze valkuil? Dit kan eigenlijk al op een relatief simpele manier. Wees bewust van deze valkuil, bedenk wat het effect is op uw beleggingsbeslissing en kijk niet te vaak naar de kortetermijnprestaties van beleggingsinstrumenten als u voor de langere termijn belegt. Belegt u dus voor de langere termijn laat uw beslissingstermijn dan ook daarmee corresponderen!

Guido Baltussen,
werkzaam bij de afdeling Quantitative Strategies van Robeco
Bron: IEX

Aanmelden voor de Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen op MarketMinds. Meld je aan en ontvang 2x per maand de nieuwsbrief.
Voornaam *

Achternaam *

E-mailadres *


Ik ben: *
Beleggingsprofessional
Particulier

Ik ga akkoord met de voorwaarden.

Woordenlijst

D

Duration


Maatstaf voor de mate waarin de koers van een obligatie zal reageren op veranderingen in het rentepeil. Dit hangt samen met de resterende looptijd van de obligatie. Hoe langer de looptijd, hoe meer de koersen zullen reageren op renteschommelingen en hoe hoger de duration. Zie ook: modified duration.

Gelezen

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.