Printervriendelijke versie
Praktijk
Canon van economen
21 nov 2011

Hoe keken belangrijke economen aan tegen economische thema's die ook nu nog actueel zijn, zoals inkomensongelijkheid, inflatie, speculatie op de beurzen en marktregulering? Het boek Twaalf economen die je moet kennen geeft een aardig inkijkje, maar wakkert ook de honger aan naar meer informatie.



In de huidige tijdgeest is het wellicht wat wrang je te realiseren dat het woord economie afstamt van het Griekse ‘oikonomia’, wat staathuishoudkunde betekent. En dat is niet de enige bijdrage van de Grieken aan de economische wetenschap. Al ruim voor de jaartelling piekerden Griekse filosofen over prijsvorming. Zo ontdekte de denker Xenophon dat in het spel van vraag en aanbod de prijs altijd op zoek gaat naar een evenwicht. Door dalende prijzen stijgt de vraag en krimpt het aanbod, en vice versa. Zijn tijdgenoot Aristoteles toonde zich een fervent tegenstander van het speculeren met geld.

Als de woorden van Aristoteles ruim 2300 jaar later door zijn nakomelingen ter harte waren genomen, was er wellicht geen schuldencrisis geweest. Met die wetenschap in het achterhoofd kan het geen kwaad om zo nu en dan de waan van de dag te verlaten en een kijkje te nemen in het gedachtegoed van belangrijke economen uit het verleden. Hoe keken deze wetenschappers aan tegen bubbels op de beurs, zelfregulering, economische ongelijkheid en de vrijemarkteconomie; onderwerpen die anno 2011 nog steeds actueel zijn?


Naslagwerkje
Wie hierin geïnteresseerd is, vindt in Twaalf economen die je moet kennen een handig hulpmiddel. In dit boekwerk passeren, zoals de titel al zegt, twaalf economen de revue, van Adam Smith tot Karl Marx en van John Maynard Keynes tot de nu nog levende Joseph Stiglitz. Van elke econoom komen in ongeveer veertien pagina’s de levenswandel en de theorieën aan bod. De teksten zijn gelardeerd met kaders met belangrijke citaten, namen van hooggeplaatste personen die de desbetreffende theorie aanhangen en – voor wie zich nog verder in de materie wil verdiepen – een overzicht van de belangrijkste boeken die de econoom in kwestie heeft geschreven.
Dat resulteert in een aardig naslagwerkje, dat inzicht geeft in de ontwikkeling van de economische wetenschap, van de vroege industrialisatie tot en met de globalisering.


Wederzijdse inspiratie
De economische theorieën die worden behandeld, staan niet op zichzelf. Na lezing wordt duidelijk dat de economen elkaar soms ook hebben geïnspireerd. Zo heeft de Amerikaanse liberaal Milton Friedman zich tijdens zijn studie uitgebreid verdiept in het werk van Adam Smith, waarin het individu centraal wordt gesteld en een pleidooi wordt gehouden voor de vrijemarkteconomie. John Maynard Keynes daarentegen nam juist afstand van het vrije spel van de markt.
De teksten zijn doorspekt met allerlei trivia. Dat maakt het boek vlot leesbaar, maar de inhoud raakt er soms wel door ondergesneeuwd. Zo valt te lezen dat Milton Friedman, die als economisch adviseur van de conservatieve presidenten Richard Nixon en Ronald Reagan heeft gediend, zich sterk heeft gemaakt voor het vrijgeven van marihuana in de Verenigde Staten. Een opmerkelijk en interessant weetje, dat misschien wel iets zegt over het liberale gedachtegoed van Friedman, maar weinig te maken heeft met economie. En is het om enig begrip te krijgen in de speltheorie beslist noodzakelijk om te weten dat de grondlegger hiervan, de wiskundige John Forbes Nash, tijdens zijn huwelijk ook affaires onderhield met diverse andere vrouwen en mannen?


Levenswandel
Dit toont het belangrijkste manco van dit boek aan. Wie zich vooral interesseert voor de economische theorieën van de twaalf genoemde economen, komt er wat bekaaid vanaf. In vrijwel elk hoofdstuk ligt het accent op de levensgeschiedenis van de econoom. Dat geeft wel enig inzicht in de motieven die aan de economische theorieën ten grondslag liggen, maar de theorieën zelf hadden wel wat meer uitgesponnen kunnen worden.
Wellicht is deze omissie te wijten aan het feit dat het boek niet is samengesteld door een econoom, maar door een historicus, de Zwitser René Lüchinger. Hij ziet de economen uit het boek welhaast meer als historische figuren dan als grondleggers voor de economische wetenschap.


Vreemde eend
Een ander kritiekpunt, dat ook samenstellers van andere ‘canons’ vaak ten deel valt, is dat wel wat valt af te dingen op de selectie van de economen. John Maynard Keynes, Milton Friedman en Karl Marx zijn bij het grote publiek redelijk bekend. Maar afgezet tegen dat rijtje oogt de wereldverbeteraar Amartya Sen als een vreemde eend in de bijt – al heeft het anderzijds ook wel wat charme om eens iets te lezen over wat minder bekende economen.
Afgezien van deze kritiekpunten blijft het interessant om te lezen hoe nu en in het verleden over belangrijke economische onderwerpen wordt en werd gedacht. En om te merken dat veel oude ideeën nog steeds worden gebruikt. Want zijn de omvangrijke investeringen die de Amerikaanse president Obama momenteel in de infrastructuur doet, geen rechtstreeks uitvloeisel van het gedachtegoed van Keynes, waarbij de vraag een belangrijke economische factor is en de overheid hierin een belangrijke sturende rol vervult?
En is het niet ontluisterend dat veel regeringen de door Keynes gewenste ‘deficit spending’ ook hebben toegepast in tijden van hoogconjunctuur en dat dit mede heeft geleid tot de fors uitdijende staatsschuld? In dat opzicht was de visie van Aristoteles wellicht zo gek nog niet.


Twaalf economen die je moet kennen; van Adam Smith tot Joseph Stiglitz, René Lüchinger, Uitgeverij Business Contact, 2011. ISBN 978 90 47004462. Prijs: € 19,95
Het boek is ook beschikbaar als eBook.


 

Aanmelden voor de Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen op MarketMinds. Meld je aan en ontvang 2x per maand de nieuwsbrief.
Voornaam *

Achternaam *

E-mailadres *


Ik ben: *
Beleggingsprofessional
Particulier

Ik ga akkoord met de voorwaarden.

Woordenlijst

C

Closed end


Type beleggingsfonds waarvan het aantal beschikbare aandelen vaststaat. In- en uitstappen in dit fonds is dus niet zomaar op ieder moment mogelijk. Als op de beurs het aanbod in aandelen van een dergelijk fonds groot is, koopt het fonds niet de eigen aandelen terug. Daarom kan de koers behoorlijk fluctueren. Als een aandeelhouder echter zijn participaties verkoopt, garandeert het fonds dat hij de intrinsieke waarde ontvangt. De tegenhanger is een open end beleggingsfonds.

Gelezen

Wie kaatst, kan de bal verwachten. Dit spreekwoord geldt voor iedereen en dus ook voor bankiers, politici en consumenten. Zij hebben immers zelf de basis gelegd voor de financiële crisis die hen in 2008 zo hard trof. In zijn nieuwe boek, Boomerang, beschrijft journalist Michael Lewis nog eens hoe het zover heeft kunnen komen. En ditmaal zijn z’n observaties persoonlijker dan ooit.